De RISC is een risicotaxatie- en adviesinstrument van de reclassering. Het is de basis van reclasseringsadviezen in alle fasen van het strafproces. Bijvoorbeeld bij een voorgeleiding aan de rechter-commissaris, rechtszitting of voorwaardelijke invrijheidstelling.
De Naam van een hulpmiddel dat de reclassering gebruikt. helpt de reclasseringsmedewerker om over jou een goed advies te geven. Met de RISC onderzoeken we wat de risico’s voor herhaling zijn en wat helpt om niet opnieuw de fout in te gaan. Hiermee kunnen we ook advies geven over bijzondere voorwaarden. Met de RISC houden we ook rekening met de behoeften van het slachtoffer. Daarnaast zijn er andere bronnen die de reclassering kan gebruiken, zoals het strafblad of het opvragen van informatie bij mensen uit je omgeving.
Gevalideerd en gezamenlijk hulpmiddel
RISC is een gezamenlijk hulpmiddel van de drie reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland, Leger des Heils Reclassering en Verslavingsreclassering GGZ.
RISC is door wetenschappers gevalideerd. Wil je hier meer over weten? Lees dan het artikel Kwaliteit meetinstrument reclassering bewezen.
Aanvullende instrumenten
Naast de RISC zijn er nog andere hulpmiddelen die de reclasseringsmedewerker kunnen helpen. Denk aan het maken van een risicoanalyse voor personen die worden verdacht van zeden, geweld in de relatie of gewelddadig extremisme. Ook zit er een hulpmiddel in om te onderzoeken of iemand mogelijk een licht verstandelijke beperking heeft.
Zeden
Met het hulpmiddel de Static, Stable en Acute (SSA) kan het risico worden voorspeld ingeschat van delictgedrag bij plegers van seksuele misdrijven bij zedendaders dat ze in de toekomst seksueel en gewelddadig delictgedrag laten zien. De SSA is wereldwijd het meest gebruikte hulpmiddel voor het inschatten van het risico op herhaling bij mannelijke zedendaders.
Als we een reclasseringsadvies schrijven voor een zedendader, dan maken we vaak gebruik van hulpmiddel de Static-99R. Ook gebruiken we de Stable-2007 en de Acute-2007.
Static-99R
Stable-2007
Acute-2007
Geweld in de relatie
Een van de aanvullende instrumenten die de reclassering gebruikt is de B-SAFER. Dit is een hulpmiddel voor het beoordelen van het risico op herhaling van geweld in de partnerrelatie. Hierin wordt onder andere gekeken naar de vorm van geweld in het verleden en het afgelopen jaar naast eventuele andere bijkomende problematiek en eventuele kwetsbaarheid van het slachtoffer. De B-SAFER leidt niet automatisch tot een inschatting van het risico maar helpt de reclasseringswerker bij structuur aanbrengen en beoordelen van informatie over geweld in de partner relatie en mogelijke bijbehorende risico’s: risico nu, risico later en het risico op extreem ernstig of dodelijk geweld. Het werkt als een gestructureerd professioneel oordeel.
Gewelddadig extremisme
De VERA-2R is ook een aanvullend instrument. Hiermee kunnen de specifieke risico’s van gewelddadig extremisme op basis van een gestructureerd professioneel oordeel beoordeeld worden. VERA-2R staat voor: Violent Extremism Risk Assesment, Revised. Het is een internationaal erkend hulpmiddel van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP) en wordt binnen de strafrechtsketen door daarvoor opgeleide reclasseringswerkers gebruikt. De VERA-2R helpt bij structuur aanbrengen en beoordelen van informatie over gewelddadig extremisme.
Licht verstandelijke beperking
De SCIL is een vragenlijst, die in korte tijd kan worden afgenomen en een snel resultaat geeft. Het resultaat van de SCIL geeft aan of er een vermoeden van een licht verstandelijke beperking (LVB) is. Of het vermoeden dat iemand functioneert op het niveau van een licht verstandelijke beperking.
Gepauzeerd: risicotaxatie-instrument OxRec
Tot 12 februari 2026 werkten wij ook met het hulpmiddel ‘OxRec’. Dit instrument geeft een inschatting van de kans op recidive van een groep personen op basis van bepaalde kenmerken (een referentiegroep). Op groepsniveau voorspellen zulk soort instrumenten risico’s vaak goed blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Belangrijk is dat het om een kans op recidive gaat. Men weet echter niet welk individu uit de groep nu wel of niet gaat recidiveren. Daarom kan aangenomen worden dat als iemand dezelfde kenmerken heeft als de personen uit de referentiegroep, dezelfde kans op recidive bestaat. Dit wil echter niet zeggen dat elk individu met die kenmerken zal recidiveren. Daarom gebruikten wij het helemaal op het einde, als objectieve spiegel van het gestructureerde professionele oordeel. Het ondersteunde bij het goed onderbouwen van het advies, maar verving het oordeel niet. Wij werken nu niet met dit instrument, omdat de Inspectie Justitie en Veiligheid vindt dat dit instrument niet op een verantwoorde manier door de reclassering gebruikt werd.
De University of Oxford heeft dit hulpmiddel gevalideerd om te gebruiken in Nederland. Het resultaat van de OxRec kon verschillen van het oordeel van de reclasseringsmedewerker.