Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Een gebroken ruit.

Streng straffen is goed, maar slim straffen is beter

Met de rellen van afgelopen week is de roep om zwaardere straffen weer actueel. Daarin past het wetsvoorstel waarover de Tweede Kamer komende week stemt en waarmee het kabinet het opleggen van een werkstraf wil verbieden als er sprake is van geweld tegen hulpverleners en de politie. De reclassering is hier geen voorstander van: het perkt de vrijheid van rechters in om een gepaste straf te bepalen. Die vrijheid is niet alleen nodig om daders te bestraffen en om slachtoffers recht te doen, maar óók om herhaling van een misdrijf te voorkomen.

Onnodig beperkend

Algemeen directeur Johan Bac: “Vooropgesteld: elke vorm van geweld tegen mensen met een publieke taak is onacceptabel. Ook onze medewerkers hebben te maken met geweld. Soms is alleen een celstraf passend en dat zien rechters ook: in 40% van dit soort zaken wordt nu al een celstraf opgelegd en de straffen bij dit soort geweld zijn al veel zwaarder geworden. Onze rechters zijn goed in staat om per situatie, onafhankelijk, de best passende straf op te leggen die rekening houdt met alle omstandigheden van slachtoffers en verdachten, dat is ook weer gebleken na de snelrechtzittingen van afgelopen week. De reclassering en partners in de strafrechtketen hebben de expertise om die effectief uit te voeren. De voorgenomen uitbreiding van het taakstrafverbod grijpt daar verder op in en is onnodig beperkend. En wat wordt de volgende sanctie die een rechter niet meer mag opleggen?”

“Onze belangrijkste taak is voorkomen dat veroordeelden in herhaling vallen en nieuwe slachtoffers maken”

Naast het uitvoeren van werkstraffen heeft de reclassering ook de mogelijkheid om cliënten weer op het juiste pad te krijgen door toezicht te houden (al dan niet met behulp van een enkelband) en door gedragstrainingen aan te bieden. Bac: “Eerder hebben we dan ook bepleit om in elk geval de combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstraf (met strenge voorwaarden) en een werkstraf in stand te laten omdat we op die wijze iemand gedurende langere tijd onder toezicht kunnen houden dan wanneer er louter een kale gevangenisstraf wordt opgelegd.”

Minder recidive

Bac: “Onze belangrijkste taak is voorkomen dat veroordeelden in herhaling vallen en nieuwe slachtoffers maken. Uit onderzoek blijkt dat veroordeelden die een werkstraf uitvoeren minder snel in crimineel gedrag terugvallen. Werkgestraften gaan 47% minder vaak opnieuw in de fout dan mensen die een korte gevangenisstraf hebben uitgezeten. Bij een korte gevangenisstraf loopt de veroordeelde de kans zijn baan te verliezen en in sommige gevallen zijn huisvesting; je duwt hem zo van de regen in de drup. Alleen effectief straffen leidt tot verminderd recidiverisico. En juist dat mensen opnieuw de fout ingaan willen we voorkomen. In het belang van de samenleving, slachtoffers én daders.”

“Niet zitten maar werken, is ons motto”

De werkstraf is sinds 2001 een volwaardige hoofdstraf, net als de geldboete en een celstraf. Bac: “Het wetsvoorstel wekt ten onrechte de suggestie dat de werkstraf niet werkt. Die werkt wel degelijk: de werkstraf is een volwaardige en bewezen effectieve straf die in toenemende mate overal in de wereld wordt gebruikt. Het is niet vrijblijvend, het is hard werken in de openbaarheid en mensen doen iets terug voor de maatschappij in plaats van dat ze de maatschappij alleen maar geld kosten. Niet zitten maar werken, is ons motto.”

Bijdrage aan maatschappij

Een dag cel kost de staat ongeveer 250 euro, een werkstraf minder dan de helft. Het ouderwetse beeld van werkgestraften die saai en onzinnig werk verrichten is anno 2021 te eenzijdig. Werkgestraften gaan aan de slag bij bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, werken in een moestuin ten behoeve van de voedselbank of onderhouden buurthuizen, sporthallen en parken. Op die manier leveren ze een bijdrage aan de maatschappij. Het gaat jaarlijks om zo’n 35.000 werkstraffen die gelijk staan aan ongeveer 2 miljoen uren die ten goede kwamen aan de samenleving.

Deel op