Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Op donderdag 25 november organiseerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) het congres ‘Kort, maar krachtig?’ over de toekomst van korte detenties.

Alternatieven voor korte detenties

Op donderdag 25 november organiseerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) het congres ‘Kort, maar krachtig?’ over de toekomst van korte detenties.

Aanleiding voor het congres is het onlangs verschenen advies ‘korte detenties nader bekeken’: 75% van de korte detenties duren 3 maanden of korter. Hierin pleit de RSJ voor minder korte detenties en voor effectiever straffen. Een pleidooi waar ook de reclassering zich van harte bij aan sluit. Minister Dekker van rechtsbescherming reageerde vorige week op het advies.

De reclassering denkt graag mee over alternatieven voor korte detenties. Tijdens het RSJ -ongres vertelden onze reclasseringscollega’s: Jolanda Mooij, Ozan Demirbas en directieleden Erik Corten en Johan Bac hoe de reclassering denkt over korte detenties en wat goede alternatieven hiervoor zijn.

1. Korte gevangenisstraffen zijn niet effectief en kosten de samenleving veel geld

Niet zitten, maar werken! Recidive na gevangenisstraf ligt met 47% procent hoger dan recidive na taakstraf (28%) of reclasseringstoezicht (35%) . De werkstraf is een goed alternatief voor de korte detentie. Bovendien leveren de 30.000 werkstraffen die jaarlijks door de rechter worden opgelegd de maatschappij zo’n 2 miljoen uren arbeid op. Een van de alternatieven voor korte detenties is een vervangende werkstraf bij het niet betalen van geldboetes. Uit WODC-onderzoek blijkt dat in 2019 en 2020 mensen die hun geldboete niet betaalden gezamenlijk 47.154 dagen aan vervangende hechtenis uitzaten. Dat stond gelijk voor ongeveer een bedrag van zo’n 3 miljoen euro aan niet betaalde boetes. De gevangeniskosten bedroegen echter zo’n 14 miljoen euro. Wanneer de onbetaalde boetes waren omgezet naar een vervangende werkstraf zouden de kosten zo’n 2 miljoen euro geweest zijn.

2. Slim straffen: werkstraf combineren met leren/gedragstraining

‘Slim straffen’: een afdoening die is gericht op beveiliging en genoegdoening als het moet, én die is gericht op resocialisatie, herstel en het voorkomen van schade, als het kan. Rechters zijn de afgelopen twee decennia zwaarder gaan straffen (gemiddeld 11%) . Het maximaal op te leggen uren taakstraf is hierin niet meegegroeid. Om de gereedschapskist van rechters toereikend te houden, is het wenselijk om het maximum aantal uren taakstraf op te hogen van maximaal 240 naar 480 uren. Om op die manier het aantal korte detenties terug te dringen. Dat zou een combinatie van werken en leren/gedragstraining moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan vaktrainingen, budgetteringscursussen, gedragstrainingen en arbeidstoeleiding. Zo wordt recht gedaan aan vergelding/het belang van slachtoffers én effectief ingezet op het voorkomen van recidive. Werkloze werkgestraften kunnen met een combinatie van werkritme en leren als onderdeel van hun straf effectief naar werk worden toegeleid. Uit onderzoek blijkt dat werk een belangrijke verklaring is waarom mensen niet opnieuw de fout in gaan..

3. Meer en slimmer gebruik van enkelbanden

Door middel van elektronische monitoring (enkelbanden) kunnen korte detenties worden omgezet in thuisdetenties. Dit leidt tot minder korte detenties. Dit biedt structuur (mensen verliezen niet hun baan, sociale netwerk, huis) en strenge controle (locatie en/of gebiedsverbod).

4. Gerichter straffen

Korte detenties kunnen ook voorkomen worden al vroeg te beginnen in het strafproces. Door vaker reclasseringsadvies aan te vragen, kan gerichter gestraft worden. En beter te kijken of zaken wel thuishoren in het strafrecht of bijvoorbeeld beter door mediation of wijkrechtbank kunnen worden behandeld. Veel mensen die veroordeeld worden tot een korte gevangenisstraf kampen met multi-problematiek die vaak beter kan worden opgelost door andere vormen van recht.

Deel op