André Dingemanse is rechter in opleiding bij de rechtbank in Rotterdam. Zijn opleiding vraagt van hem om mee te lopen met verschillende voor de rechtspraak belangrijke organisaties. Zo belandt André bij de reclassering en loopt hij twee volledige dagen mee: met een werkmeester, een toezichthouder en een adviseur. Zijn observaties bespreekt hij met hen. “Ik herken de drive om iets goeds te willen betekenen voor mens en maatschappij.”

De werkstraf

Op tijd zijn, afspraken nakomen, dagbesteding, dagritme zijn essentiële elementen van de werkstraf. Er is niets vrijblijvends aan. Het moet gewoon gebeuren en het is niet altijd leuk. Kom je de eerste keer te laat dan mag je wachten tot het volgende half uur en dan starten. Zonder afmelding afwezig is het al snel einde verhaal. Geen telefoons tijdens het werk. De kantjes ervan aflopen of gedrag dat niet past; als de maat vol is, volgt een afmelding. Dan volgt in principe omzetting in hechtenis. Ik proef dat de reclassering er alles aan doet om de werkstraf tot een goed einde te laten brengen, gecombineerd met strengheid. De werkmeester laat niet met zich sollen, en terecht.

Heeft de rechter wel een idee van hoe lastig het soms is?

Dilemma: ‘Als je al je vakantiedagen inlevert, kun je misschien de helft wegstrepen’

In gesprek met werkmeester Anton en teamleider Ankie hoor ik hoe complex het soms is om een werkstraf binnen de executietermijn afgerond te krijgen. Heb je een fulltime baan en moet je 240 uur werkstraf verrichten? Dan kan je met de inzet van al je vakantiedagen misschien 160 uur wegstrepen. Voor de rest zijn het dan heel wat weekenden. De reclassering is niet zomaar een ‘werkgever’ die de agenda van het ‘personeel’ bepaalt. De veroordeelde heeft inspraak, maar zal moeten inzien dat het werk binnen een bepaalde tijd gedaan moet zijn en daarvoor concessies moeten doen. Ik ben ook benieuwd hoe men aankijkt tegen de rechter.

Een van de dingen die genoemd wordt is hoe de rechter omgaat met een bezwaar tegen de omzetting. De rechter is best vaak coulant, terwijl de reclassering toch echt niet zomaar tot een afmelding overgaat. “Je had hem hier eens moeten zien.” Heeft de rechter wel een idee hoe lastig het soms is? Er zijn wel cliënten geweest die met misplaatste triomfantelijkheid terugkwamen met de mededeling dat ze van de rechter nog een kans kregen. Een ander punt is dat het nog regelmatig voorkomt dat er sprake is van een stapeling van werkstraffen, waarbij het totaal aantal uren zo hoog is geworden dat de straffen nauwelijks nog uitvoerbaar zijn. 

Ze is de spin in het web van alle mensen die iets van deze jongen willen

Het toezicht

Selmah, de toezichthouder met wie ik mee mag kijken, heeft als specialisme de PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen). Vandaag komt een cliënt langs die al een tijd de PIJ-maatregel heeft, maar toe is aan versoepelingen om zo te werken aan een geleidelijke terugkeer.

Ik zie en hoor een jongen die zo goed en zo kwaad het gaat er het beste van probeert te maken. Die PIJ-maatregel heeft hij natuurlijk niet voor niets gekregen. Dat is eerst een paar jaar binnen zitten en daar met behandeling aan jezelf werken. In die tijd is het contact met de reclassering opgebouwd. Selmah spreekt hem elke maand.

Ik ben onder de indruk van de soepelheid waarmee ze communiceert, pijnpunten adresseert en bespreekbaar maakt. Ze is de spin in het web van al die mensen die iets van deze jongeman willen; ze spreek met de behandelaars, met de officier van justitie, met de woonvoorziening, de partijen in het veiligheidshuis. Het gesprek van vandaag is gericht op de overgang naar begeleid wonen vanaf augustus. Wat is daar nog allemaal voor nodig en hoe kan daarbij zo goed mogelijk worden geholpen? Na het gesprek vertrekt de cliënt weer. Hij gaat de grote stad met al zijn verleidingen in, maar hij is vastbesloten zich voor het afgesproken tijdstip weer bij de Hartelborgt te melden. Er gloort immers hoop op beëindiging van de maatregel.

Toename van vrijheid betekent ook een beetje loslaten

Dilemma: zijn risicio’s uit te sluiten?

Alles in het toezicht is gericht op risico’s beperken, maar risico’s uitsluiten is onmogelijk. Zo ook bij deze jongen. Hij wordt vast geen modelburger, is nog niet helemaal uitbehandeld, maar de verwachting is dat langer in een gesloten regime verblijven averechts zal werken. Het gaat dan om risico’s in kaart brengen, die taxeren, bespreekbaar maken, beperken en uiteindelijk durven nemen. En daar hoort ook bij het besef dat je nooit alles weet. Toename van vrijheid betekent ook een beetje loslaten. Het lijkt wel zoiets als ouders en kinderen.

Advies

Ik loop mee met adviseur Martijn. De rapportages die hij en zijn collega’s schrijven, hebben een standaardopbouw en zijn omvangrijk. Ik heb het idee dat de reclassering hier een behoorlijke professionaliseringsslag heeft gemaakt. Martijn bevestigt dit beeld. Reclasseringswerkers krijgen een stevige opleiding voordat ze aan de slag kunnen, rapporten worden altijd op dezelfde manier opgebouwd en voor de risicotaxatie wordt gebruik gemaakt van wetenschappelijk gevalideerde modellen. Die modellen hebben nooit het laatste woord. Het is altijd de rapporteur die met input van informatie van bronnen en hulpmiddelen tot een afgewogen inschatting en advies komt.

Het opstellen van een goed rapport vergt een forse tijdsinvestering: een intake, soms meerdere gesprekken, bestuderen stukken, informatie inwinnen bij familie en hulpverleners, conceptadvies opstellen en bespreken. Al met al is de werkweek al snel gevuld met twee zaken uit en twee zaken in. Met al die duizenden aanvragen op jaarbasis een enorme berg werk (rond de 25.000 adviesproducten per jaar). Zoals overal in de strafrechtketen is ook hier de werkdruk hoog.

Bij advies komt het ook aan op fingerspitzengefühl

Martijn geeft me een boeiende inkijk in de dynamische wereld van de ‘vroeghulprapporteur’, waarbij hij een verdachte bevraagt om een in omvang beperkt rapport te schrijven voor de officier van justitie. Vaak is er maar weinig tijd om de verdachte te spreken, en het komt bij de advisering dan ook aan op fingerspitzengefühl, op mensenkennis, op kennis van het veld en de processen. Voor dit werk worden de meer ervaren medewerkers ingezet. Het komt Martijn daarbij goed van pas dat hij een rechtenstudie heeft gedaan.

Bijzonder aan dit werk is dat alle soorten zaken langskomen, verdachten zitten nog maar net vast en zijn soms ontredderd en er zit een flinke tijdsdruk op. Soms zit een verdachte in beperkingen en is de reclasseringswerker één van de weinigen die contact mag hebben.

Een adviseur spreek ik niet snel; deze meeloopdag vult die leemte

Welke risico’s zijn nog acceptabel, hoe kan je die het beste beperken, wat als iemand die onder toezicht staat een ernstig delict pleegt? Kan de toegevoegde waarde van een bijzondere voorwaarde gedragsverandering zijn of valt er niet meer dan wat risicobeperking van te verwachten? Dillema’s die ik ook uit het rechterlijke werk ken.

Ook de relatie met de rechtspraak komt natuurlijk ter sprake. Eigenlijk is er buiten de schriftelijke advisering niet veel contact tussen de rechtspraak en de reclassering. Dit gesprek voorziet een beetje in die leemte en we ervaren het allebei als heel nuttig om elkaars werk wat beter te leren kennen. De boodschap aan de rechter is vooral om als het even kan niet met verrassingsbeslissingen te komen en wat betreft de opdracht aan de reclassering wel concreet te zijn, maar niet alles dicht te timmeren.

Aan het einde van mijn tweede dag mijmer ik op de fiets nog wat na over de reclassering, hun belang voor de samenleving, over de reclasseringswerkers die zich met hart en ziel inzetten. Prachtwerk vind ik het. Ik herken de drive om iets goeds te willen betekenen voor mens en maatschappij. De mensenkennis, levenswijsheid en gespreksvaardigheden die ik tegenkwam, zijn een inspiratie voor mijn werk in de rechtspraak.