Nu we door de coronacrisis veel meer thuis zijn, dichter op elkaars lip zitten en kinderen niet naar school kunnen, zien we een toename in huiselijk geweld. Gerte is reclasseringswerker in Zwolle en geeft al ruim 7 jaar de zogenaamde BORG-training (Beëindiging Relationeel Geweld, red.) aan mannen die te maken hebben met huiselijk geweld. Nu fysiek samenkomen niet langer mogelijk is, verzint ze andere manieren om haar trainingen tóch doorgang te laten vinden. “Ik merk echt dat de online trainingen ook waardevol zijn.”

Gerte belandde een kleine twintig jaar geleden bij toeval in het vak. Harde werker als ze is draaide ze als allround reclasseringswerker lange dagen zonder pauze, wat haar een heftige RSI opleverde. Ze moest langdurig revalideren. ‘Waarom ga je niet eens kijken of gedragstrainer iets voor je is?’, had een collega haar gevraagd. Het bleek haar op het lijf geschreven. Ze begon met trainingen in de PI. “Hoe regel je een huis, wat is belangrijk bij solliciteren, hoe regel je je financiën, dat soort dingen leerde ik die gedetineerden. Heel praktisch eigenlijk allemaal.” Nog steeds geeft ze veel verschillende soorten trainingen, maar de BORG-training blijft een favoriet. “Deze training kun je zowel in groepsverband geven als één op één. Door de coronacrisis is de focus komen te liggen op individuele trainingen. En dat werkt goed.”

Als zij het kunnen, moeten wij het toch ook kunnen?

Toch in actie kunnen komen

Toen de trainingen on hold werden gezet, moest Gerte even slikken. “Je weet gewoon dat heel veel mensen hulp nodig hebben en gebaat zouden zijn bij een training. Ook had een collega van me net een heel heftig geval van huiselijk geweld in haar caseload gekregen. ‘Wat moet ik hier nu mee doen?’, vroeg ze mij.  Ik werk ook bij een organisatie die leerstraffen oplegt aan minderjarigen, en die waren al heel fanatiek bezig met videobellen. Ze hadden allerlei tips en ik dacht: als zij het kunnen, moeten wij het toch ook kunnen? Die heftige cliënt, daarmee zouden mijn collega en ik dit gaan proberen.”

We konden hiermee gewoon niet wachten tot na de coronacrisis

Overleg met de Officier van Justitie

Eerst moest ze zorgen dat een training geven aan deze man en zijn vrouw überhaupt een mogelijkheid zou zijn. Ze belden met de Officier van Justitie en vroegen om een voorwaardelijk sepot, met verplichte behandeling, training en toezicht. De OvJ ging akkoord en Gerte en haar collega konden aan de slag. “Dit was zo’n heftig verhaal, we konden ook echt niet wachten tot na de coronacrisis. Gelukkig zag de OvJ dat ook.”

Ze maakten een afspraak met de cliënt om te gaan videobellen. “Die man en zijn vrouw hadden een contactverbod van 90 dagen, maar ik wilde hen per se samen zien. Dus in samenwerking met de politie hebben we voor elkaar gekregen dat ze naast elkaar op de bank zaten, na elkaar 30 dagen niet gezien te hebben. Dat was natuurlijk voor iedereen vreemd, maar het ging.”

Focus op time-out

Een training kent 12 sessies, exclusief het voorgesprek, de tussenevaluatie en de eindevalutie.  Gerte: “Dat voorgesprek en die evaluaties doe ik het liefst samen met de partner. Ik wil weten in hoeverre afspraken worden nagekomen, en daar begin ik in het voorgesprek al mee. Ook bij deze twee mensen heb ik afspraken gemaakt, met name over de time-out: waaraan merk je dat jij boos wordt, waaraan merk je dat de ander boos wordt en hoe bepaal je dat je een time-out neemt? Wat ga je doen tijdens die time-out, en wat gaat je vrouw doen? Wat doe je als de time-out voorbij is, hoe start je het gesprek weer op? Dit is voor veel mensen nieuw: niet doorgaan met elkaar het bloed onder de nagels vandaan halen, maar even uit elkaar en het op een andere moment uitpraten. Voor veel partners is het lastig om het vertrouwen te hebben dat de ander terugkomt na een time-out. Vandaar dat er duidelijke afspraken moeten komen, zodat de situatie veilig blijft, voor hen en voor de kinderen. We zetten daarom alles op schrift. Hoe concreter die afspraken zijn, hoe beter het is.”

Gerte vindt het fijn dat ze bij deze mensen nu al in actie kan komen en hen kan begeleiden. “Doordat de training is opgestart, hebben wij als reclassering veel beter zicht op het verloop van de relatie en het voorkomen van agressie. Nu kunnen we samen toewerken naar steeds meer contact tussen de partners. Voor nu is afgesproken dat meneer eerst twee blokken van de training volgt, dan doen we met hem en zijn vrouw de tussenevaluatie en dan kijken hoe we het contact tussen hen kunnen uitbreiden. In de tussenevaluatie wordt het delict uitgebreid geanalyseerd, zodat de spanningen hieromtrent wat meer uit de lucht kunnen. Het schrijnende in deze situatie dat mevrouw PTSS heeft, maar er start nu geen behandeling. Door samen met hen de time-out door te nemen en samen een training te volgen over lichaamssignalen en hoe je deze spanning afbouwt, is mevrouw ook actief bezig om conflicten minder op te zoeken.”

Het is wat minder efficiënt dan we gewend zijn

Drukker dan ooit

Gerte is drukker dan ooit. “Sowieso geef ik groepstrainingen nu aan mensen één op één dus dat kost meer tijd. Ook heb je veel contact met je cliënten omdat er toch veel vragen zijn over hoe alles nu online gebeurt. En alles moet natuurlijk telefonisch. Waar je voorheen even naar je collega liep met een vraag, moet je nu in de telefoon klimmen. Het is wat minder efficiënt dan we gewend zijn.”

Ook haar werk voor het Opleidingshuis heeft een extra dimensie gekregen. Gerte: “We hebben veel overleg over het online maken van trainingen: bij welke kan dat wel en welke zijn daar niet geschikt voor, en wat doen we dán met die trainingen? Ook zijn er veel reclasseringswerkers die collega’s gaan bijstaan en dus nieuwe dingen moeten leren. Hoe kun je collega’s zo trainen dat ze van adviseurswerk naar toezicht kunnen overstappen? Daarvoor zijn we nu veel trainingen aan het herschrijven.” Vindt ze deze periode zwaar? “Het is allemaal enorm wennen, voor onze cliënten en voor ons, maar als je maar creatief blijft en denkt in oplossingen, dan komt het helemaal goed.”