Naar de navigatie

Duidelijk zijn én ruimte geven: hoe Sander dagelijks een groep werkgestraften begeleidt

“Chef, ik ga buiten roken, goed?”, klinkt in de kantine over het brommende geluid van een koffieautomaat die net een vers bakkie tapt. “Is goed hoor, moet ik je daarbij helpen dan?”, zegt de tanige man tegenover me. Met een brede grijns stapt de jongen naar buiten. Blikje Red Bull en een pakje sigaretten in z’n handen. De klok geeft half elf in de ochtend aan. “Mooi hè? Om acht uur was hij niet te genieten, totaal geen zin om hier te werken.” Welkom in de wereld van Sander, werkstrafbegeleider bij Reclassering Nederland.

Op een industrieterrein niet ver van Schiphol begeleidt hij hier samen met een collega twee groepen werkgestraften bij een Amsterdamse milieustraat. “Mooi binnenwerk, weinig stress voor de jongens en voor ons mooi overzichtelijk”, vertelt Sander in de enorme hal waar zeker wel twee voetbalvelden in lijken te passen. Een huizenhoge berg oude kleding vormt een kleurrijk contrast in de verder grauwe omgeving. Overal staan pallets en containers. “Onverkochte oude voorraden, goederen met defecten maar ook spul dat de douane in beslag heeft genomen. Om te recyclen of om te vernietigen.”

Droog

Een steeds wisselende groep werkgestraften helpt daarbij. Van maandag tot zaterdag. Ze hebben in de enorme hal een duidelijk afgebakende eigen plek met twee grote werktafels. De werkgestraften pauzeren in dezelfde kantine als de vaste medewerkers maar hebben hun eigen werkzaamheden. Veelal producten uit elkaar halen, onderdelen sorteren en weer in de juiste bakken doen. “Het is niet het zwaarste werk en het is binnen, dus je blijft droog. Dat is een verschil met het buitenwerk. Afval prikken of in het groen werken is heel wat anders. We kijken wat goed matcht bij iemand, voor de een is het binnen beter, voor de ander buiten.”

Onbevooroordeeld

De werkdagen beginnen altijd op de locatie van Reclassering Nederland aan de Gyroscoopweg. Daar verzamelen de dames en heren met een werkstraf ’s ochtends en krijgen te horen waar ze aan het werk gaan. Met busjes nemen werkstrafbegeleiders ze vervolgens mee. Daarbij geldt: het werk moet matchen, maar de werkgestraften onderling ook. Sander: “Het kan voorkomen dat jongens een conflict met elkaar hebben of uit rivaliserende groepen komen. Die wil je natuurlijk niet bij elkaar in je bus hebben. Of het kan zijn dat iemand een licht verstandelijke beperking heeft.” Dat soort bijzonderheden krijgen Sander en zijn collega’s door van de medewerkers werkstraffen, die de intakes doen en rapporteren aan justitie. “Zo kunnen we er rekening mee houden. Verder hoef ik niet te weten waarvoor ze veroordeeld zijn. Ik ga graag open en onbevooroordeeld het contact aan.”

Gemoedelijk

Dat contact maken gaat Sander goed af. Dat blijkt ook wel uit de korte interacties die hij telkens heeft met werkgestraften en het andere personeel hier. Voordat Sander op de foto gaat, krijgt hij melig toegeroepen dat hij eerst z’n haar nog moet doen. Er mag duidelijk gelachen worden. Sander vraagt soms ook even hoe het gaat met een persoonlijke situatie of hobby. De sfeer lijkt gemoedelijk. Hoe pakt hij dat aan? “Als werkmeester moet je sociaal zijn, met alle rangen en standen kunnen omgaan en interesse tonen, maar ook duidelijk zijn en nakomen wat je zegt.”

Werkstrafbegeleider Sander voor kledingzakken

Discussie voorkomen

Een voorbeeld van duidelijk zijn volgt kort daarna. Een sportief gebouwde jongen spreekt hem aan. Met donkere stem: “Als er nou dikke file is op de ring en ik sta daar vast en bel dat ik een kwartiertje later ben, sturen jullie me dan toch naar huis?” Het antwoord blijkt zwart-wit, zonder grijsgebied. Sander op vriendelijke, maar resolute toon: “Ja, je moet om 8 uur binnen zijn. We maken daarop geen uitzonderingen en het maakt niet uit of je dan een kwartier te laat bent of een minuut. Je mag dan naar huis en je medewerker werkstraffen bellen en uitleggen waarom je te laat was. Ik snap dat dat lullig kan aanvoelen en voor ons is het ook niet altijd leuk, maar tijdens een werkstraf gelden er duidelijke regels waar we niet van afwijken. Dat maakt het voor iedereen helder en voorkomt discussie.”

De breedgeschouderde jongen lijkt nog wat te willen zeggen maar houdt z’n mond en knikt. Het is hem duidelijk: als je te laat bent is de beste reden hier precies even veel waard als de slechtste smoes.

Even wennen

Kom op tijd, telefoon in een kluisje, geen middelengebruik, gedraag je netjes, geen agressie: de kaders zijn helder. Maar binnen de kaders hoeft het allemaal niet zo strak en streng, blijkt al snel. Sander zet zich in voor een goede werksfeer. Niet alleen door interesse te tonen maar ook zelf ook mee te werken. “We geven het goede voorbeeld en soms moet iemand gewoon ook even wennen. En vergeet niet: voor sommige jongens is de werkstraf een eerste of hernieuwde kennismaking met een werkritme. Of ze zijn onrustig omdat ze niet weten wat ze te wachten staat. Soms zetten ze daardoor hun hakken in het zand of moeten ze even ontdooien.” Sander geeft ze de ruimte om even te landen als dat nodig is. “Net als die jongen van vanochtend. Maar ze moeten wel gewoon aan het werk. Het werk zal de ene keer leuker zijn dan de andere keer maar we gaan voor een goede werkdag waarin iedereen in z’n eigen tempo kan doorwerken.”

Een stapje verder

Los van de geregelde geintjes, lijkt Sander veel voldoening te halen uit de serieuzere gesprekken met werkgestraften. “Ik leer ook van ze. Sommige hebben heel interessant werk in het dagelijks leven. Met sommigen praat ik over hun toekomstplannen. Wat vinden ze leuk, wat zouden ze willen en wat voor werk past daarbij? Ik probeer ze daarin te motiveren.” Het moge duidelijk zijn: Sander schakelt moeiteloos van een dolletje naar een serieus gesprek. Hij kijkt goed wat voor vlees hij in de kuip heeft en helpt ze waar mogelijk een stapje verder. “Wanneer iemand hier z’n best doet, het werk leuk vindt en aangeeft op zoek te zijn naar werk kan ik dat bespreken met het bedrijf hier.” Zo zijn na een goed woordje van Sander twee werkgestraften aan een baan gekomen op de plek waar ze eerst een werkstraf uitvoerden. Sander vindt het mooi dat de werkstraf van deze mannen zo’n positief vervolg kreeg.

Trots

Hij is dan ook trots op z’n werk en gelooft in de werkstraf. “Het lukt echt niet altijd om iemand te motiveren en soms moet je ingrijpen of jongens wegsturen, maar zeker voor de lichtere vergrijpen vind ik de werkstraf een goede straf. Je kunt beter je uren wegwerken en arbeidsritme opdoen, dan in een cel te zitten.”