“Van het kastje naar de bank gestuurd”

12 september 2017

De pop die ze bij zich had, hield ze stevig vast en tijdens het gesprek aaide zij het speelgoed een aantal keer liefdevol over het gezicht alsof zij het poppenkind gerust moest stellen.

De vrouw was rond de 35 jaar, zag er verwilderd uit en haar persoonlijkheid leek net zo divers als de verschillende kledingstukken die zij over elkaar had aangetrokken. Ze was moeilijk te volgen, maar het kwam er op neer dat ik mij geen zorgen hoefde te maken omdat haar ‘vriend’ bij haar was en die zou altijd voor haar zorgen. Ze was ook moeilijk te volgen omdat zij zichzelf had aangeleerd te spreken in spreekwoorden en gezegden...Maar dan door elkaar. Ze was boos. Ze zou een wajong-uitkering krijgen en was als drie keer doodgemaakt met een blije mus, de overheid had een dikke klepel in de pap, zij werd van het kastje naar de bank gestuurd en als het zo doorging was het trekken aan een dood schaap. Echter, het was iedere keer de ‘vriend’ die haar wel zou helpen. Zij had ons niet nodig. Steeds als zij het had over haar ‘vriend’, keek zij naar de smoezelige pop in haar armen. Op den duur was ik er zeker van. De ‘vriend’ was de pop. Haar fictieve steun en toeverlaat die haar bescherming bood en waarschijnlijk al haar geheimen wist.

Ik zei: “Die pop hè, is dat de ‘vriend’ waar je het steeds over hebt”? Ik was bijna trots op de link die ik had gelegd. Mijn vermogen om mij in haar te verplaatsen en het verband te leggen tussen deze beperkte vrouw die de pop steeds haar ‘vriend’ noemde. Ze keek mij aan. Fronste en zei: “NEE MAN, dit is een pop, dat zie je toch!” En toen kwam het: “Ben je gek of zo! Ik wil een andere reclasseringswerker, zo kan ik niet werken!”

Een man die 20 jaar geleden veroordeeld was voor schennispleging komt na 20 jaar voor een soortgelijk delict bij mij op gesprek. Hij vertelt dat hij 20 jaar geleden een reclasseringswerker heeft gehad die hem een bijzonder advies had gegeven. Deze reclasseringswerker had betrokkene 20 jaar geleden geadviseerd, dat wanneer hij zo belust was op seks en spannende situaties, hij beter naar een parenclub kon gaan in plaats van niets vermoedende wandelaars de stuipen op het lijf te jagen door bijna naakt in een latex string uit de bosjes te springen.

Zo gezegd zo gedaan, want wat de reclassering zegt zal wel goed zijn, had de man bedacht. Echter toen de vrouw van betrokkene zich afvroeg waarom zij mee moest naar een parenclub of kamasutra-beurs in plaats van het Rijksmuseum bleek het advies meer schade aan te richten dan gehoopt. Het koste hem zijn huwelijk. Zijn probleem was niet verholpen.

Een verkeerde inschatting, met de beste bedoeling. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Wat 20 jaar geleden een goed idee leek, blijkt inmiddels anders. Dat ik denk de vrouw ‘door’ te hebben, betekent niet dat ik dat inzicht met haar moet delen. Zij deelt die werkelijkheid namelijk helemaal niet met mij en snapt mijn conclusie ook niet. Daarbij was de informatie die het schouwspel mij opleverde al genoeg.

Wij werken met mensen die grote problemen hebben en zichzelf een vreemde of gekke coping aan hebben geleerd. Een pop, die je overal mee naartoe neemt omdat je zo beschadigd bent in het leven door mensen, en die dus niet meer vertrouwt. Of net als de man, een verstoorde spanningsregulatie en een zoektocht naar uitersten om maar te kunnen ontladen hetgeen je alleen nog maar verder in de problemen helpt.

Ik heb ook een beperking. Van mij wordt verwacht dat ik na één of twee gesprekken moet weten wat er nodig is. Wat er schuil gaat achter het gekkige of soms niet te begrijpen gedrag van mijn cliënten. Mijn visie is er maar één. Ik belicht één kant van wat ik denk dat er ooit ‘mis’ is gegaan. Ik kan er naast zitten. Overleg en casuïstiek is het sleutelwoord. Precies de reden waarom wij in de regio Oost regelmatig de huidige casuïstiek- of andere overleg structuren bespreken zodat we scherp blijven, delen en ook integraal elkaar blijven opzoeken.

“Sorry mevrouw,” zei ik. “Ik heb het helemaal verkeerd. Heeft de pop ook een naam?” “Ja”, zei de vrouw: “Annabel. “Mag ik haar even vasthouden?”, vroeg ik. “Ja hoor”, zei de vrouw. “Maar wel goed rechtop, want ze heeft net gegeten.”



Deel dit artikel
Share to LinkedIn Share to Facebook Share to Twitter 
Reclassering Nederland   |  Postbus 8215   |  3503 RE Utrecht   |  Telefoon: 088-80 41000
De website van Reclassering Nederland maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Sluiten